
3F Verhoudingen theorie
Quiz by Marc Borsje
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Een breuk is ook een deelsom.
Welke stellingen kloppen?
18,32 is een getal met twee:
0,01 is:
Een percentage reken je zo uit:
Een percentage reken je zo uit:
45% minder? De nieuwe hoeveelheid is: 100% – 45% = 55% van de oude hoeveelheid.
15% meer? De nieuwe hoeveelheid is 100% + 15% = 115% ten opzichte van de oude hoeveelheid.
45% minder dan € 186? Dat reken je uit met de som: 186 × 0,55 = ..
15% meer dan € 131,00 ? Dat reken je uit met de som:  131 ×1,15 = ..
De vraag die bij een deelsom; (Getal 1) : (Getal 2) = .. Â hoort is:
Bij een procentuele toeslag komt er een bedrag bij.
Een toeslag van 21% op een bedrag betekent dat je 21-honderdste  deel van dat bedrag erbij moet tellen.
Een toeslag van 18% op een prijs van € 2,00 mag je zo uitrekenen: € 2,00 x 1,18 = …
Toeslag 18% van €2,00? 2,00 : 100 x 18 = € 0,36.
Nieuweprijs met toeslag: € 2,00 + € 0,36 = € 2,36.
Delen met rest? De rest is de hoeveelheid van het totaal dat overblijft als je niet alles eerlijk kunt verdelen.
Kijk bij het delen met rest naar de context van de opgave. Je kunt geen halve pakken of dozen kopen.
Je kunt alleen producten vergelijken als de maateenheden gelijk zijn.
Een gebruik van de verhoudingstabel zorgt ervoor dat je ziet wat je   doet én je kunt de som die je moet oplossen uit de tabel halen.
1 op16 betekent:
Er gaan … centimeters in één kilometer.
In één uur gaan 36.000 seconden