Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Give this quiz to my class
Q 1/18
Score 0
Het recht om wetsvoorstellen aan te passen
(alleen leden Tweede Kamer)
30
Wetgevende macht
Rechterlijke macht
Recht van enquête
Klassieke grondrechten
Rechtsstaat
Uitvoerende macht
Recht van initiatief
Recht van budget
Recht van amendement
Sociale grondrechten
Scheiding der machten
Onafhankelijke rechtspraak
Recht van interpellatie
Q 2/18
Score 0
Het geheel van slechte leef- en werkomstandigheden, vrouwen- en kinderarbeid en zeer lage lonen en massale werkloosheid.
→ Gevolg van de industriële revolutie
30
Actief Kiesrecht
Eerste feministische golf
Feminisme
Passief kiesrecht
Financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs
Pacificatie van 1917
Vrouwenkiesrecht
Industriële revolutie
Sociale kwestie
Kinderwetje van Van Houten
Algemeen kiesrecht
Evenredige vertegenwoordiging
18 questions
Q.
Het recht om wetsvoorstellen aan te passen
(alleen leden Tweede Kamer)
1
30 sec
Q.
Het geheel van slechte leef- en werkomstandigheden, vrouwen- en kinderarbeid en zeer lage lonen en massale werkloosheid.
→ Gevolg van de industriële revolutie
2
30 sec
Q.
Feministen zijn vrouwen die strijden voor gelijke rechten en kansen voor vrouwen t.o.v. mannen. Ze strijden voor vrouwenemancipatie
3
30 sec
Q.
Een land waarin de precieze macht van de Monarch (koning(in)) staat vastgelegd in de grondwet (constitutie)
4
30 sec
Q.
Basisrechten die iedere burger heeft (alle vrijheid van …’tjes (1848) en recht op ….’tjes 1983))
5
30 sec
Q.
Elke minister moet aan het parlement uitleggen hoe hij zijn werk doet en hoe hij het belastinggeld uitgeeft.
(+ zijn verantwoordelijk voor al het doen en laten van de koning)
6
30 sec
Q.
Een ruzie tussen koning en parlement over Luxemburg (1866-1867). De koning probeerde zonder goedkeuring van het parlement Luxemburg te verkopen. Door deze kwestie moest de regering aftreden (want de koning was onschendbaar) en moest de koning accepteren dat hij niet de baas over NL is.
7
30 sec
Q.
Kiessysteem / aanpassing van de grondwet uit 1917 werd het algemeen mannenkiesrecht (passief en actief) ingevoerd. Vrouwen kregen alleen passief kiesrecht.
8
30 sec
Q.
Het recht om verkozen te mogen worden
9
30 sec
Q.
Kiesstelsel / aanpassing van de grondwet waarbij je Kamerlid wordt wanneer een “X”percentage van de bevolking op jou gestemd heeft. Ingevoerd in 1917.
10
30 sec
Q.
Pacificatie betekent het sluiten van vrede. Tijdens de pacificatie van 1917 sloten de confessionelen “vrede” met de socialisten. Hierdoor konden deze twee stromingen samen de grondwet aanpassen:
De socialisten kregen algemeen (mannen) kiesrecht.
De confessionelen kregen gelijkstelling van het bijzonder en openbaar onderwijs.
11
30 sec
Q.
Het recht van vrouwen om zelf te mogen stemmen (actief kiesrecht) en om zelf gekozen te mogen worden (actief kiesrecht)
12
30 sec
Q.
Het recht om verkozen te mogen worden
13
30 sec
Q.
Kiesstelsel / aanpassing van de grondwet waarbij je Kamerlid wordt wanneer een “X”percentage van de bevolking op jou gestemd heeft. Ingevoerd in 1917.
14
30 sec
Q.
Het recht om een minister te ondervragen over een besluit of uitspraak. Een minister hoeft niet te antwoorden / mag ook schriftelijk antwoorden.
(Leden Eerste- en Tweede Kamer)
15
30 sec
Q.
Grondrechten die in de grondwet van 1848 zijn opgenomen. Deze zorgen ervoor dat Nederlanders in een democratie en in vrijheid kunnen leven.
(vrijheid van ….)
16
30 sec
Q.
Een staat waarin burgers door de wet beschermd worden tegen onrechtmatigheden van de overheid of medeburgers
17
30 sec
Q.
De macht die verantwoordelijk is voor het maken, aanpassen en controleren van wetten