Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Give this quiz to my class
Q 1/14
Score 0
Er zijn vier beperkingen die het voorkomen van een soort bepalen. De Wallace-lijn is een voorbeeld van een beperking in...
30
Biotische factoren
Abiotische factoren
Areaal
Gedrag
Q 2/14
Score 0
Een bos bestaat uit vier verschillende bomen, die ieder 25% van het bos beslaan. Bereken de Shannon diversiteits index van dit bos (formule hierboven).
300
0,39
0,71
1,21
1,39
14 questions
Q.
Er zijn vier beperkingen die het voorkomen van een soort bepalen. De Wallace-lijn is een voorbeeld van een beperking in...
1
30 sec
Q.
Een bos bestaat uit vier verschillende bomen, die ieder 25% van het bos beslaan. Bereken de Shannon diversiteits index van dit bos (formule hierboven).
2
300 sec
Q.
Het ecologische belang van een soort is het meest verwant aan de ___ van deze soort.
3
30 sec
Q.
Een bos is de/het ___ van een pissebed.
4
30 sec
Q.
Plaats de onderstaande plekken waar een dier kan leven in de categorie 'Biotoop' of de categorie 'Habitat'
5
120 sec
Q.
Een evolutionaire shift als gevolg van competitie tussen twee organismen binnen één niche heeft te maken met het gevolg van ___
6
120 sec
Q.
Welk van onderstaande antwoorden biedt, naast evolutie, een oplossing voor competitive exclusion?
7
120 sec
Q.
De korreldragende gifkikker maakt met zijn felle kleuren gebruik van het principe van...
8
120 sec
Q.
Binnen de ecologie wordt er wel eens gesproken van camouflage, maar hier is een andere term voor. Wat voor coloration is dit?
9
120 sec
Q.
Stelling: Zweefvliegen vertonen Batesian mimicry.
10
120 sec
Q.
Een bever is geen dominante soort, maar toch een belangrijke soort binnen een uniek ecosysteem. Hoe noemen wij deze soorten?
11
120 sec
Q.
In welk van onderstaande situaties zou interspecifieke competitie het meest waarschijnlijk voorkomen?
12
120 sec
Q.
Plaats onderstaande dieren in het juiste natuurlijke fenomeen.
13
300 sec
Q.
Bepaalde acaciabomen in Amerika hebben holle doorns, waarin mieren leven die alles aanvallen wat de boom aanraakt. De mieren voeden zich met nutriënten van de boom. Dit is een voorbeeld van ___