placeholder image to represent content

Erfelijkheid

Quiz by Ineke Feenstra

Our brand new solo games combine with your quiz, on the same screen

Correct quiz answers unlock more play!

New Quizalize solo game modes
28 questions
Show answers
  • Q1
    Chromosomen bestaan voor een groot deel uit DNA. Is deze uitspraak juist of onjuist?
    Onjuist
    Juist
    30s
  • Q2
    Chromosomen komen alleen of in paren voor. Is deze uitspraak juist of onjuist?
    onjuist
    juist
    30s
  • Q3
    Het genotype wordt voor een deel bepaald door het milieu. Is deze uitspraak juist of onjuist?
    onjuist
    juist
    30s
  • Q4
    Een gen bevat informatie voor een erfelijke eigenschap. Is deze uitspraak juist of onjuist?
    onjuist
    juist
    30s
  • Q5
    Na een ongeluk moet het been van iemand worden geamputeerd. Wat is het gevolg van de amputatie voor zijn genotype en fenotype?
    Beiden veranderen.
    Het genotype verandert.
    Beiden blijven gelijk.
    Het fenotype verandert.
    30s
  • Q6
    Wanneer kun je chromosomen in een celkern met een microscoop zien?
    Als de cel gaat delen, de chromosomen zijn dan korter en dikker.
    Als de cel niet deelt, de chromosomen zijn dan langer en dunner.
    Als de cel niet deelt, de chromosomen zijn dan korter en dikker.
    Als de cel gaat delen, de chromosomen zijn dan langer en dunner.
    30s
  • Q7
    Welke onderstaande invloeden zijn mutageen.
    Asbest, erfelijkheid, radio-actieve straling.
    Asbest, sigarettenrook, erfelijkheid.
    Asbest, sigarettenrook, radio-actieve straling.
    Asbest, ultraviolette-straling, erfelijkheid.
    30s
  • Q8
    In afbeelding 1 zie je vier momenten in het ontstaan van nieuw leven. Wanneer komt het genotype tot stand?
    Question Image
    moment B
    moment C
    moment D
    moment A
    30s
  • Q9
    Hieronder staan twee uitspraken over mutaties: 1 Bij een mutatie veranderen de erfelijke eigenschappen in alle cellen. 2 Een mutatie levert gevaarlijke cellen op. Welke van de bovenstaande uitspraken is waar?
    Beide uitspraken.
    Uitspraak 2.
    Geen van beide uitspraken.
    Uitspraak 1.
    30s
  • Q10
    Welke omschrijving past het beste bij een kwaadaardig gezwel?
    Snelle groei, verstoort bouw van weefsels niet.
    Snelle groei, verstoort bouw van weefsels.
    Langzame groei, verstoort bouw van weefsels niet.
    Langzame groei, verstoort bouw van weefsels.
    30s
  • Q11
    Een mens heeft 23/46 paren chromosomen in zijn lichaamscellen. Kies het juiste antwoord
    23
    46
    30s
  • Q12
    In geslachtcellen komen chromosomen ENKELVOUDIG/IN PAREN voor. Kies het juiste antwoord.
    in paren
    enkelvoudig
    30s
  • Q13
    Een TWEE-EIIGE/EENEIIGE tweeling heeft hetzelfde genotype. Kies het juiste antwoord.
    twee-eiige tweeling
    eeneiige tweeling
    30s
  • Q14
    Wat is er in afbeelding 3 te zien?
    Question Image
    meiose of reductiedeling
    mitose of gewone celdeling
    30s
  • Q15
    Bevatten de chromosomen in de cellen van je maagwand de informatie voor jouw oogkleur?
    ja
    nee
    30s

Teachers give this quiz to your class