placeholder image to represent content

Exponentieel H2 (2022)

Quiz by Mr. Raben

Our brand new solo games combine with your quiz, on the same screen

Correct quiz answers unlock more play!

New Quizalize solo game modes
15 questions
Show answers
  • Q1

    standaardformule van exponentiele groei

     aantal = begingetal + groeifactor · t

     aantal = begingetal · groeifactor · t

     aantal = begingetal · groeifactort

     aantal = begingetal + groeifactort

    30s
  • Q2

    Een standaardformule van lineaire  groei is:

     aantal = begingetal · hellingsgetalt 

     aantal = begingetal · hellingsgetal · t

     aantal = begingetal + hellingsgetal · t

     aantal = begingetal + hellingsgetalt

    30s
  • Q3

    Als de groeifactor 0,45 is dan heb je te maken met een toename

    false
    true
    True or False
    30s
  • Q4

    Als de groeifactor 0,45 is

    dan is de toename 45%

    dan is de afname 45%

    dan is de toename 55%

    dan is de afname 55%

    30s
  • Q5

    Als de groeifactor 1,45 is

    dan is de toename 1,45%

    dan is de toename 145%

    dan is de toename 45%

    dan is de afname 14,5%

    30s
  • Q6

    Wat hoort bij elkaar?

    g=groeifactor

    linking://+35% | g=1,35:-65% |g=0,35:+123% |g=2,23:g=1,06 |+6%:g=0,94|-6%

    300s
  • Q7

    Gegeven de formule: 

    Aantal € = 500 · 1,045t  

    (met t in jaren vanaf 1 januari 2015)

    Bereken hoeveel geld er volgens de formule is op 1 januari 2021

    Users enter free text
    Type an Answer
    300s
  • Q8

    Gegeven de formule: 

    Aantal € = 500 · 1,045t  

    (met t in jaren vanaf 1 januari 2015)

    In welk jaartal is de waarde van deze formule verdubbeld

    (ten opzichte van 1 januari 2015?)

    vanaf 1 januari 2032

    vanaf 1 januari 2029

    vanaf 1 januari 2030

    vanaf 1 januari 2031

    300s
  • Q9

    Match wat klopt (als je op het plaatje klikt dan wordt ie wat groter)

    Question Image

    linking://bij B hoort | een exponentieel verband:bij A hoort | een lineair verband:bij B hoort | y = 6 · 1,04: bij A hoort | y = 6 + 4 · t

    300s
  • Q10

    $\frac{1}{12}$ = $\frac{4}{n}$

    n = 0,33333

    n = 3

    n = 4

    n = 48

    60s
  • Q11

    $\frac{sin 40^{\circ}}{1}$ = $\frac{AB}{12}$

    AB = \frac{12\ \cdot\ \sin\left(40\right)}{1}

    AB = \frac{1\ x\ \sin\left(40\right)}{12}

    AB = \frac{12\ \cdot\ 1}{\sin\ \left(40\right)}

    AB = \frac{\sin\left(40\right)}{12\cdot1}

    120s
  • Q12

    Zie de tabel, wat is de toename in de vierde week?

    Question Image
    Users enter free text
    Type an Answer
    120s
  • Q13

    Je zet €500 op de bank. De bank geeft 3% rente per jaar en stort die rente steeds weer op je rekening. Je vermogen groeit dus. In de tussentijd doe je zelf geen stortingen meer. Hoe heet de groei van je vermogen?

    Lineaire groei

    Langzame groei

    Wortel-verband

    Exponentiële groei

    30s
  • Q14

    De groeifactor van een exponentiële formule is 1,045. Hoeveel procent is de toename?  (geef alleen een antwoord met eventueel een komma maar zonder een min, plus of procent-teken

    Users enter free text
    Type an Answer
    30s
  • Q15

    Je zet €500 op de bank. De bank geeft 3% rente per jaar en stort die rente steeds weer op je rekening. Je vermogen groeit dus. Hoeveel staat er naar 12 jaar op de rekening?

    Users enter free text
    Type an Answer
    120s

Teachers give this quiz to your class