
H3: Hoe staat het met je kennis en vaardigheden qua hfdst krachten H3?!
Quiz by Remi rivière
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Hoe goed ken je dit hoofdstuk?
Heb je zelf een waslijnvraag gemaakt als huiswerk voor deze les?
Heb je zelf een wipwapvraag gemaakt als huiswerk voor deze les?
Hoeveel oefensommen heb je zelf in totaal gemaakt?
Heb je natuurkunde heel vaak geleerd?
Wat had je tot nu toe beter moeten doen aan dit hoofdstuk?
Teken op een los ruitjesblaadje onderstaande figuur over en bepaal de resulterende kracht als je weet dat F1 de gegeven kracht van 5000N is en de ander is F2.
Hoe groot is de resulterende kracht? Welke zit er het dichtstbij?

Nu is de afbeelding gelijk, maar de beschrijving anders!! De resulterende kracht van twee andere krachten is de rode kracht van 5000 N. De éne kracht is al getekend, de blauwe. Hoe groot is de andere kracht waardoor onderstaand plaatje klopt?
Tip: Teken onderstaand plaatje over, je mag hem met een andere schaal en gedraaid tekenen, als de hoek tussen de krachten maar klopt. Bepaal dan door constructie de andere kracht. Maar misschien kun jij het wel gewoon zien zonder iets te tekenen.
Welk antwoord zit er nu het dichtstbij?

In de afbeelding zie je links een man zitten met een massa van 75 kg. Rechts zit een vrouw met een zwaartekracht van 700 N. De vrouw zit 1,5 m van het draaipunt. (de wipwap is een normale wipwap) Bereken hoeveel cm de man dichterbij het draaipunt moet zitten, of juist verder weg van het draaipunt om de wipwap in evenwicht te krijgen. (TIP: teken eerst wat ik steeds zei, bereken dan waar de man moet zitten en geef dan pas antwoord).

Aan een waslijn hangt een kleerhanger met een jas. De massa van de hanger met jas is 8,0 kg. Bereken de zwaartekracht van de hanger met jas. Noteer alleen stap vier van de berekening (compleet en volledig, zet een spatie tussen symbolen begin met: Fz = )
De kleerhanger hangt nu met een ander kledingstuk in het midden van de waslijn (daardoor zijn de hoeken links en rechts gelijk). De totale hoek tussen het rechter en linker waslijndraad is 140 graden (zie afbeelding). De totale zwaartekracht die in dat punt wordt uitgeoeffend is 100 N. Hoe groot is de spankracht in de rechter waslijndraad?

Hoe ging dit formatieve toetsje?
Wat is je conclusie na dit toetsje voor jezelf? Heb je leerpunten? Of mag je jezelf een compliment geven?!