In een democratie staat de politiek voor een dilemma. Namelijk die tussen efficiënt besturen en:
60
het handhaven van de trias politica.
de individuele vrijheid van burgers.
het reduceren van de taken van de overheid.
de maximale participatie van burgers.
40 questions
Q.
Welke bewering is juist?
1
60 sec
Q.
In een democratie staat de politiek voor een dilemma. Namelijk die tussen efficiënt besturen en:
2
60 sec
Q.
Nederland noemen we een representatieve democratie omdat:
3
60 sec
Q.
In een systeem van indirecte democratie:
4
60 sec
Q.
Welke begrippen horen bij elkaar?
5
60 sec
Q.
Nederland is een constitutionele monarchie. Dat wil zeggen dat:
6
60 sec
Q.
Past de constitutionele monarchie binnen de uitgangspunten van een democratie?
7
60 sec
Q.
Onder een politieke ideologie verstaan we:
8
60 sec
Q.
Welke begrippen passen het beste bij elkaar?
9
60 sec
Q.
Als een ârechtseâ minister bedrijven strenger gaat controleren op milieuvervuiling, betekent dit dat hij:
10
60 sec
Q.
Rechtse partijen:
11
60 sec
Q.
Met het idee van âgespreide verantwoorÂdelijkheidâ bedoelen christendemocraten dat de verantwoordelijkheid:
12
60 sec
Q.
Populistische politieke partijen:
13
60 sec
Q.
Welke partijen en begrippen passen het beste bij elkaar?
14
60 sec
Q.
One-issuepartijen:
15
60 sec
Q.
Met de integratiefunctie van de politiek wordt bedoeld dat politieke partijen:
16
60 sec
Q.
Alle politieke partijen:
17
60 sec
Q.
De SGP is een voorbeeld van een:
18
60 sec
Q.
Een links kabinet kan bestaan uit:
19
60 sec
Q.
Het idee dat de overheid maatÂschappelijke organisaties moet stimuleren om problemen onderling op te lossen, is typerend voor:
20
60 sec
Q.
Steeds meer kiezers âzwevenâ. Wat zijn daarvoor belangrijke maatschappelijke oorzaken?
21
60 sec
Q.
âEigen risico en concurrentie tussen zorgverzekeringen moeten worden behouden.â Voor welke partij is deze verkiezingsuitspraak over de gezondheidszorg kenmerkend?
22
60 sec
Q.
Er is sprake van actief kiesrecht als:
23
60 sec
Q.
Er is sprake van passief kiesrecht als:
24
60 sec
Q.
In een stelsel van evenredige vertegenwoordiging:
25
60 sec
Q.
Stel, bij verkiezingen voor de Tweede Kamer mogen twaalf miljoen mensen stemmen en is het opkomstpercentage 75 procent. Hoe groot is de kiesdeler?
26
60 sec
Q.
Wat staat in een verkiezingsprogramma van een partij?
27
60 sec
Q.
Er is sprake van het uitbrengen van een voorkeursstem zodra iemand:
28
60 sec
Q.
De opkomst bij de verschillende verkiezingen verschilt sterk. Welke bewering over de opkomst is juist?
29
60 sec
Q.
Tot de (grondwettelijke) taken van de koning hoort:
30
60 sec
Q.
De ministeriële verantwoordelijkheid:
31
60 sec
Q.
Het parlement bestaat uit:
32
60 sec
Q.
Het recht van interpellatie houdt in dat de Tweede Kamer:
33
60 sec
Q.
Welk recht heeft de Tweede Kamer wel en de Eerste Kamer niet?
34
60 sec
Q.
Waarom kan een enquĂȘteonderzoek politieke gevolgen hebben voor de positie van ministers of staatssecretarissen, maar in principe niet voor die van Kamerleden?
35
60 sec
Q.
Wat houdt het subsidiariteitsbeginsel in?
36
60 sec
Q.
Wie doen in de provincie hetzelfde soort werk als ministers op landelijk niveau?
37
60 sec
Q.
Het dagelijks bestuur van de gemeente wordt gevormd door:
38
60 sec
Q.
Wat het takenpakket betreft kun je het college van BÂ &Â W het beste vergelijken met:
39
60 sec
Q.
In Nederland zijn via gemeentelijke herindelingen veel kleine gemeenten samengevoegd. Het doel van die samenvoeging is vergroting van de bestuurskracht en: