Loading...

Vul de correcte vorm van het werkwoord in (presens).
Quiz by Katheline De Lembre
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Esther en Zayneb [?] in de kantine. (zitten)
Melanie [?] een kopje koffie van Claire. (krijgen)
Karim [?] naar de foto’s van zijn zus. (kijken)
Wat [?] jij op dit moment? (doen)
[?] jullie hoe laat het is? (weten)
Ik [?] over de kinderen van mijn broer. (vertellen)
Waar [?] jij wonen? (willen)
Welke tekst [?] we lezen? (moeten)