placeholder image to represent content

werkwoorden 1

Quiz by Sonja van Toorn

Feel free to use or edit a copy

includes Teacher and Student dashboards

Measure skills
from any curriculum

Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.

With a free account, teachers can
  • edit the questions
  • save a copy for later
  • start a class game
  • automatically assign follow-up activities based on students’ scores
  • assign as homework
  • share a link with colleagues
  • print as a bubble sheet

Our brand new solo games combine with your quiz, on the same screen

Correct quiz answers unlock more play!

New Quizalize solo game modes
10 questions
Show answers
  • Q1
    Gisteren heb ik tot tien uur ............................. (werken)
    werkt
    gewerkt
    gewerken
    werkte
    30s
  • Q2
    Hij ........................................ (werken) al bij de Hema toen ik hier kwam wonen.
    werkt
    werkte
    gewerkt
    werkten
    30s
  • Q3
    De auto .................................... (remmen) te laat en ..................................... (botsen) op zijn voorganger.
    remt, botsen
    remte, botste
    remde, botsde
    remde, botste
    30s
  • Q4
    Toen ik klein was, ..................................... (willen) mijn ouders al dat ik mijn kamer ................................... (opruimen).
    wilde, opruimte
    wilden, opruimden
    wilde, opruimde
    wilden, opruimde
    30s
  • Q5
    Als kind heb ik veel met lego ......................................... (spelen).
    spelen
    gespeelt
    gespelen
    gespeeld
    30s
  • Q6
    ......................... (vinden) je deze opdracht moeilijk?
    vindt
    vondt
    vind
    vint
    30s
  • Q7
    Wie als eerste de eindstreep ........................... (halen), ................................. (winnen) de eerste prijs.
    haalt, wind
    haalt, winnen
    haalt, wint
    gehaald, wint
    30s
  • Q8
    De man ...................................... (melden) zich precies op tijd bij het loket.
    meldden
    melde
    meldde
    melden
    30s
  • Q9
    Ik .............................. (wedden) dat hij zijn opdracht weer te laat ............................ (inleveren).
    wed, inleverd
    wed, ingeleverd
    wed, inlevert
    wedt, inlevert
    30s
  • Q10
    Jij ............................. (worden) morgen door een medewerker............................ (terugbellen).
    wordt, terugbelt
    word, teruggebeld
    wordt, teruggebeld
    wordt, teruggebelt
    30s

Teachers give this quiz to your class