Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Give this quiz to my class
Q 1/67
Score 0
Wat is een informatiesysteem?
30
B. Een gegevensverwerkend systeem dat activiteiten uitvoert zoals het verzamelen, verwerken, bewerken, bewaren, overdragen en verstrekken van gegevens met betrekking tot een bepaald toepassingsgebied.
A. Een computerprogramma dat is ontworpen om data te verwerken.
C. Een verzameling hardwarecomponenten die samenwerken om gegevens te verwerken.
Q 2/67
Score 0
Het doel van een informatiesysteem is ________.
30
B. om de hardwarecomponenten van een computer te beheren.
A. om gegevens te verzamelen en op te slaan voor toekomstig gebruik.
C. om de informatie te verzorgen die een medewerker of organisatie nodig heeft om te kunnen functioneren.
67 questions
Q.
Wat is een informatiesysteem?
1
30 sec
Q.
Het doel van een informatiesysteem is ________.
2
30 sec
Q.
Waarom wordt een applicatie vaak gezien als een zichtbaar deel van een informatiesysteem?
3
30 sec
Q.
Wat wordt bedoeld met de stelling dat een informatiesysteem ook handmatige administraties kan bevatten?
4
30 sec
Q.
De _______ maakt gebruik van een infrastructuur waarbij we de volgende onderdelen onderscheiden: de hardware, de netwerken, de gegevensopslag, een specifiek deel van de software.
5
30 sec
Q.
Welke van de volgende behoren tot de hardwarecomponenten van een informatiesysteem?
6
30 sec
Q.
Wat is het verschil tussen een Local Area Network (LAN) en een Wide Area Network (WAN)?
7
30 sec
Q.
Wat is de functie van een database in een informatiesysteem?
8
30 sec
Q.
Wat is het verschil tussen applicatiesoftware en systeemsoftware?
9
30 sec
Q.
In het _______ model wordt bijvoorbeeld ook gebruikt bij e-mail en bij webverkeer: de server is permanent actief en verzorgt het “zware werk”, terwijl de client kort verbinding maakt met de server om een kleine hoeveelheid gegevens op te halen.
10
30 sec
Q.
Wat is een belangrijk kenmerk van een peer-to-peer netwerk?
11
30 sec
Q.
Welke van de volgende soorten software ontstonden rond 1980?
12
30 sec
Q.
Welke computer heeft de trend van gebruikersgemak door de focus op een grafische schil die door de muis goed en eenvoudig bediend kon worden, gestart?
13
30 sec
Q.
Wat is de functie van het besturingssysteem in een computer?
14
30 sec
Q.
Wat werd beschouwd als de doorbraak in de Personal Computer (PC) markt in 1981?
15
30 sec
Q.
In de jaren 80 ontstond de behoefte om de PC's te verbinden met de centrale computers, wat leidde tot de opkomst van het _______ model.
16
30 sec
Q.
Wat is de belangrijkste verschil tussen het terminal/server model en het client/server model?
17
30 sec
Q.
Het protocol _______ werd langzamerhand een standaard om uitwisseling van data te faciliteren. Dit protocol gebruiken we nu nog steeds om IP-adressen te gebruiken.
18
30 sec
Q.
Kies de correcte volgorde van ontwikkelingen in de informatiesystemen in de jaren negentig:
19
30 sec
Q.
Wat is Electronic Data Interchange (EDI)?
20
30 sec
Q.
Welke van de volgende elementen zijn gerelateerd aan het toenemende gebruik van data in informatiesystemen?
21
30 sec
Q.
Wat is Supply Chain Management?
22
30 sec
Q.
Wat is XML (eXtensible Markup Language)?
23
30 sec
Q.
Wat is Cloud Computing?
24
30 sec
Q.
Bij het gebruik van Cloud Computing-diensten wordt een deel van de onderliggende technologie volledig uitbesteed en is een groot deel van de software & hardware ‘______’ voor de bovenliggende toepassing en/of gebruiker.
25
30 sec
Q.
Welke van de volgende opties is GEEN vorm van Cloud Computing-diensten?
26
30 sec
Q.
Wat is een App Store?
27
30 sec
Q.
In eerste instantie (1950) zie je organisaties vooral met de nieuwe technologie experimenteren en onderzoeken waar deze technologie toe te passen is. ________ werkzaamheden worden geautomatiseerd.
28
30 sec
Q.
Wat was de voornaamste focus van organisaties bij het gebruik van informatiesystemen in de jaren zeventig?
29
30 sec
Q.
In de jaren tachtig, wat was het belangrijkste aspect van businesscase-denken met betrekking tot informatiesystemen?
30
30 sec
Q.
Selecteer de juiste volgorde van ontwikkeling van IT en de waarde voor de bedrijfsvoering van de jaren '50 tot de jaren na de eeuwwisseling:
31
30 sec
Q.
Welke van de volgende trends wordt verwacht voor de toekomst van informatiesystemen?
32
30 sec
Q.
Informatiesystemen moeten helpen om _______ doelen te bereiken, Ze leveren toegevoegde waarde voor de diverse bedrijfsprocessen omdat activiteiten sneller of beter kunnen worden uitgevoerd.
33
30 sec
Q.
Wat zijn primaire bedrijfsprocessen?
34
30 sec
Q.
Wat zijn ondersteunende bedrijfsprocessen?
35
30 sec
Q.
De ______________ processen zijn nodig voor de aansturing van de primaire en de ondersteunende bedrijfsprocessen.
36
30 sec
Q.
Wat is het voornaamste doel van management systemen in verband met bedrijfsprocessen?
37
30 sec
Q.
De verdeling van informatiesystemen in verschillende functionele gebieden van een organisatie wordt ook wel wat genoemd?
38
30 sec
Q.
Waar of niet waar: Informatiesystemen in het logistieke domein hebben betrekking op het verplaatsen van dingen, waaronder de stromen van gegevens, informatie en goederen.
39
30 sec
Q.
Het Enterprise Resource Planning (ERP) systeem, dat we later behandelen, is een basisinformatiesysteem dat alle _______________ van de supplychain managed.
40
30 sec
Q.
Human resource management (HRM) informatiesystemen hebben als doel om ervoor te zorgen dat medewerkers van de organisatie voldoende _________ en (productie)middelen hebben om de strategische doelen van de organisatie te kunnen bereiken.
41
30 sec
Q.
Wat is een van de grote voordelen van een Enterprise Resource Planning (ERP) systeem?
42
30 sec
Q.
Waar of niet waar: Vendor lock, of het moeilijk kunnen wisselen van leverancier, is een nadeel van het gebruik van een ERP-systeem.
43
30 sec
Q.
Een klantrelatie-informatiesysteem, of Customer Relationship Management (CRM)-informatiesysteem, helpt de ___________ functie met het vinden van en uitbouwen van bestaande klanten.
44
30 sec
Q.
ERP-systemen worden meestal als pakket aangeschaft, omdat de organisatorische opzet binnen bedrijven qua processen en organisatie vaak redelijk generiek is.
45
30 sec
Q.
Wat is de voornaamste functie van transactieondersteunende informatiesystemen?
46
30 sec
Q.
Procescontrolerende systemen ondersteunen routinematige, veelvoorkomende bedrijfsprocessen die een grote hoeveelheid gegevens produceren.
47
30 sec
Q.
Computer Aided Manufacturing (CAM) verwijst naar de productie van producten met behulp van _________.
48
30 sec
Q.
Wat is een belangrijk doel van kantoorautomatiseringssystemen?
49
30 sec
Q.
Marketinginformatiesystemen kunnen beslissingen ondersteunen op operationeel, tactisch en strategisch niveau.
50
30 sec
Q.
Wat is GIS-data?
51
30 sec
Q.
GIS-data maakt gebruik van coördinaten die gerelateerd zijn aan een specifiek referentiepunt, zoals lengte- en breedtegraad.
52
30 sec
Q.
Wat is een kenmerk van GIS-data?
53
30 sec
Q.
De presentatie van GIS-data is altijd in de vorm van een kaart.
54
30 sec
Q.
Welk van de volgende is GEEN voorbeeld van een presentatievorm voor GIS-data?
55
30 sec
Q.
Wat is een managementinformatiesysteem (MIS)?
56
30 sec
Q.
Welke drie groepen worden onderscheiden binnen de managementinformatiesystemen?
57
30 sec
Q.
Informatie rapporterende systemen produceren rapporten die helpen bij dagelijkse beslissingen.
58
30 sec
Q.
Decision Support Systems (DSS) worden gebruikt om tactische en strategische beslissingen te nemen.
59
30 sec
Q.
Wat is een kenmerk van Executive Information Systems?
60
30 sec
Q.
Wat is een voorbeeld van een ontwikkeling in de managementinformatiesystemen?
61
30 sec
Q.
Wat zijn de twee belangrijke elementen als we naar de kwaliteit van een informatiesysteem kijken?
62
30 sec
Q.
Wat zijn enkele van de aspecten die de functionele kwaliteit van een informatiesysteem bepalen?
63
30 sec
Q.
De functionele kwaliteit van een informatiesysteem gaat over de vraag of het systeem doet wat het moet doen.
64
30 sec
Q.
Welke van de volgende is een voorbeeld van een niet-functionele eis voor een informatiesysteem?
65
30 sec
Q.
De betrouwbaarheid van een informatiesysteem heeft te maken met de vraag of het systeem de juiste, volledige informatie levert op het juiste moment.
66
30 sec
Q.
De efficiëntie van een informatiesysteem heeft te maken met de vraag of het systeem snel en adequaat kan reageren op veranderingen.