
Economía en Honduras
Quiz by Mia Paulette Nuñez Padilla
Customize this quiz to suit your class
Instantly translate to 100+ languages
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
¿Qué es la economía?
La oferta es la cantidad de bienes o servicios que los productores venden, y la demanda es la cantidad que los consumidores quieren comprar.
Son el sector primario (agricultura, ganadería, pesca), el sector secundario (industria y manufactura) y el sector terciario (servicios y comercio).
La economía es la ciencia que estudia la producción, distribución y consumo de bienes y servicios.
El PIB (Producto Interno Bruto) es el valor total de los bienes y servicios producidos en un país en un año. Es importante porque mide el crecimiento económico.
¿Cuáles son los tres sectores económicos?
Son el sector primario (agricultura, ganadería, pesca), el sector secundario (industria y manufactura) y el sector terciario (servicios y comercio).
La oferta es la cantidad de bienes o servicios que los productores venden, y la demanda es la cantidad que los consumidores quieren comprar.
La agricultura, la industria textil (maquilas) y el comercio.
La inflación es el aumento general de los precios de los bienes y servicios en un país.
Give this quiz to my class
¿Qué es la economía?
¿Cuáles son los tres sectores económicos?
Escoge las parejas
ETAPA 3 - La economia en la vida de mexico
Quiz de la globalización en economía
Espectro electromagnético. Relacione la historia y explique la justificación de la futura exploración espacial y el desarrollo tecnológico continuo. Conecte los conceptos de radiación y espectro electromagnético con el uso de herramientas de observación históricas y recientemente desarrolladas. Analizar los amplios efectos de la exploración espacial en la economía y la cultura de Florida.
Matemáticas para IA Historia y evolución de la IA. Tipos y aplicaciones de la IA. Impacto de la IA en la sociedad y la economía. Conceptos de álgebra lineal y cálculo para la IA. Introducción a la estadística y la probabilidad. Programación en Python Fundamentos de la programación en Python. Estructuras de datos: listas, tuplas, diccionarios, conjuntos. Manipulación de datos con Numpy y Pandas. Introducción a Google Colab y Anaconda. Machine learning y deep learning Introducción al Machine Learning: clasificación, regresión y clustering. Algoritmos de Machine Learning. Introducción al Deep Learning: perceptrones multicapa, redes convolucionales y recurrentes. Uso de TensorFlow y Keras para implementar redes neuronales.
Ingeniería económica en español
Economie klas 4 par. 5.1 en 5.2
Crea un quiz en español sobre la globalización económica
Gebruik alleen de volgende tekst om meerkeuzevragen (maximaal 4 antwoord mogelijkheden) en juist-onjuist vragen op te stellen: [ ] De Nederlandse economie Langs de rivier de Vecht staan tussen Utrecht en Amsterdam veel mooie oude huizen (afbeelding 3). Ze zijn in de 17e en 18e eeuw gebouwd voor families van rijke handelaren en regenten uit Amsterdam. Zij waren in de 17e eeuw rijk geworden en leenden hun geld nu uit tegen rente. Met de rest van de Nederlandse economie ging het slecht in de 18e eeuw. De nijverheid en handel gingen achteruit. Bedrijven maakten minder winst en er kwam steeds meer werkloosheid en armoede. De 18e eeuw staat bekend als de pruikentijd of de tijd van pruiken en revoluties. Voor aanzienlijke mannen was het dragen van een pruik toen namelijk in de mode (afbeeldingen 4 en 5). [ ] De Franse samenleving In Frankrijk bloeiden na 1700 de handel en nijverheid. In de havens kwamen schepen aan met suiker, koffie, tabak en katoen (afbeelding 5). In de steden werden burgers rijk, maar ze hadden minder rechten dan de geestelijken en de edelen. Er was veel armoede onder Franse arbeiders en boeren. Frankrijk had een standenmaatschappij. De bevolking was verdeeld in drie standen: de geestelijken vormden de eerste stand, de adel vormde de tweede stand en de rest van de bevolking vormde de derde stand. Leden van de eerste en tweede stand hadden privileges. Ze betaalden bijvoorbeeld niet of nauwelijks belasting. Alleen edelen konden de goed betaalde overheidsbanen krijgen. Het gewone volk betaalde vrijwel alle belasting. [ ] Nieuwe ideeën In westerse (West-Europese en Noord-Amerikaanse) landen was het normaal om te geloven wat bestuur ders en geestelijken zeiden. Maar in de 18e eeuw wilde een groep mensen dat niet meer. Ze vonden dat de samenleving moest veranderen. Zo ontstond het idee dat alle mensen gelijk zijn geboren. Daarom moesten ze dezelfde rechten hebben: mensenrechten, zoals de vrijheid van godsdienst. Mensen wilden ook een bestuurssysteem waarbij het volk beslist: een democCratie. Er moest een grondwet komen waarin stond hoe het land werd geregeerd en wat de grondrechten waren: de belangrijkste rechten van de burgers. Mensen wilden ook een rechtsstaat waarin iedereen zich aan de wet moest houden, ook de koning. [ ] Samenvatting . In de 18e eeuw ging de Nederlandse economie achteruit. Er was een kleine groep van rijke families. • In Frankrijk werden burgers rijk door de bloeiende handel en nijverheid. In de standenmaatschappijhadden de eerste en tweede stand (geestelijkheid en adel) privileges, De derde stand (de rest van de bevolking) betaalde de meeste belasting. •In westerse landen ontstonden nieuwe ideeën over de samenleving. Mensen wilden gelijkheid, vrijheid en een rechtsstaat met een grondwet.