placeholder image to represent content

Werkwoordspelling tegenwoordige tijd

Quiz by Ellen Stokman

Our brand new solo games combine with your quiz, on the same screen

Correct quiz answers unlock more play!

New Quizalize solo game modes
21 questions
Show answers
  • Q1
    Typ de juiste persoonsvorm in: Hij ........ (lopen) naar huis
    loopd
    loop
    loopt
    loopdt
    30s
  • Q2
    Victor ...... (hebben) vrij morgen.
    heefd
    had
    heeft
    heb
    30s
  • Q3
    De jongen ...... (geloven) niet dat hij een 10 heeft gehaald.
    geloofd
    gelooft
    geloof
    geloofde
    30s
  • Q4
    ....... (worden) jij ook zo moe van de hele dag achter je laptop zitten?
    wordt
    wort
    werd
    word
    30s
  • Q5
    Ik ..... (braden) de biefstuk in een koekenpan.
    braat
    braadt
    braad
    braadde
    30s
  • Q6
    Hij ..... (herkennen) dat meisje niet eens!
    herkendt
    herkent
    herkende
    herkend
    30s
  • Q7
    Mijn fiets .... (rammelen) aan alle kanten.
    rammeld
    rammel
    rammelde
    rammelt
    30s
  • Q8
    Het ..... (klinken) raar, maar het is waar!
    klonk
    klinkd
    klink
    klinkt
    30s
  • Q9
    Vul alleen in: d, t of dt: Ik wor.... altijd misselijk in de auto
    t
    d
    dt
    30s
  • Q10
    De kok berei..... een maaltijd voor twintig personen
    t
    dt
    d
    30s
  • Q11
    Sarah vin..... de nieuwe docent heel aardig.
    t
    dt
    d
    30s
  • Q12
    Ik benij... je absoluut niet!
    d
    dt
    30s
  • Q13
    Vin.... je vriend de film ook leuk?
    d
    x
    dt
    y
    30s
  • Q14
    Tik de juiste vorm van de gebiedende wijs in: (lopen)...... naar de pomp
    loop
    liep
    loopd
    loopt
    30s
  • Q15
    ....... (eten) je bord leeg.
    eedt
    at
    eet
    eed
    30s

Teachers give this quiz to your class