
Meervoudsvormen
Quiz by Berdien
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: bezem
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: olie
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: beer
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: idee
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: vlag
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: theorie
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: aardappel
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: lolly
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: auto
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: tv
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: decoratie
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: kiwi
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: perzik
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: monnik
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: handvat
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: pyjama
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: café
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: havik
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: blad
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: olievat
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: lomperik
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: kanarie
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: mogelijkheid
Schrijf de juiste meervoudsvorm van het woord: zwemvlies
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
Gisteren ................(rijden) de trein volgens schema.
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
De journalist ......................(houden) zich aan de afspraak.
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
In Afrika ........................(zien) wij iets unieks.
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
Zijn team ...........(winnen) daardoor de wedstrijd.
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
Gister liep ik de trap af en ..........................(schrikken) mij een hoedje toen ik beneden kwam.
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
Het was zo heet dat de boter .............(smelten).
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
Het was spekglad, ik ...............(glijden) onderuit met mijn fiets.
Schrijf de pvvt op de juiste wijze in de volgende zin:
Wat ............ (vinden) jij van de film?
Wat past op de puntjes: het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord? Vul je juiste vorm van het werkwoord in.
Dee en Enzo vertelden .................... (huilen) over hun break-up.
Wat past op de puntjes: het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord? Vul je juiste vorm van het werkwoord in.
Mijn opa zat ...................(puzzel) aan tafel.
Wat past op de puntjes: het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord? Vul je juiste vorm van het werkwoord in.
Heb jij die film gister nog ..................(zien)?
Wat past op de puntjes: het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord? Vul je juiste vorm van het werkwoord in.
Heeft zij de diefstal tegenover de politie ..............(ontkennen)?
Wat past op de puntjes: het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord? Vul je juiste vorm van het werkwoord in.
Er zijn alweer drie mensen in die buurt ..............(beroven).
Wat past op de puntjes: het voltooid deelwoord of het onvoltooid deelwoord? Vul je juiste vorm van het werkwoord in.
Ik ben .......................(lopen) naar school gekomen, want mijn band was lek.