1. Op welke manier wordt deze tekst ingeleid?
Jeugd en alcohol
(1) Scholieren roken tegenwoordig minder, maar drinken des te meer. Daar kwam in het kort de uitslag op neer van de enquête Jeugd en riskant gedrag, die onlangs werd gehouden onder tienduizend scholieren van tien tot achttien jaar. Dit onderzoek vindt elke vier jaar plaats. Uit de verzamelde gegevens is goed te volgen hoe het riskante gedrag van jongeren op de gebieden roken, drinken, drugsgebruik en gokken in de loop der tijd verandert.
(2) De uitslag van het laatst gehouden onderzoek geeft een opmerkelijke trend te zien. Voor het eerst bleken net zoveel meisjes als jongens dronken te zijn geweest in de maand voorafgaande aan het onderzoek: een op de vijf. Jongens blijven frequenter drinken en méér per avond. Maar liefst zeventien procent zegt in het weekeinde elf glazen of meer te nuttigen. Op jongerencampings drinken jongens gemiddeld twintig glazen en meisjes acht.
(3) Deze cijfers baren deskundigen grote zorgen, omdat het gebruik van alcohol op jonge leeftijd slecht is voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Hoe jonger, vaker en meer een scholier drinkt, hoe groter de kans dat hij of zij als volwassene aan alcohol verslaafd raakt. Dus als deze cijfers kloppen en de trend doorzet, komen er op korte termijn veel gezondheidsproblemen aan, om over verkeersongevallen door dronkenschap nog maar te zwijgen. Op langere termijn koerst Nederland af op een epidemie van alcoholverslaving die zijn weerga in de geschiedenis niet kent.
(4) Deze trend moet dus snel een halt worden toegeroepen, daar is iedereen het over eens, maar hoe? Wettelijke bepalingen werken nauwelijks. Ondanks het verkoopverbod van alcoholhoudende drank aan jongeren onder de zestien jaar koopt twee derde van de drinkende vijftienjarigen zelf zijn drank, met name in de supermarkt. Elk weekeinde verlaten duizenden jongeren laveloos het café ondanks het verbod op het schenken aan mensen die zichtbaar dronken zijn. Ook de regels thuis laten te wensen over. Bijna de helft van de twaalfjarigen zegt thuis weleens alcohol te mogen drinken.
(5) Als het aan Jorin de Klungers en Wim van Dalen van de Stichting Alcoholpreventie (STAP) ligt, verbieden alle ouders hun kinderen alcohol te drinken tot ze een jaar of vijftien zijn. In hun boek Mag ik ook een glaasje? Handreiking bij de opvoeding over alcohol schrijven ze: ‘Bijna alle kinderen die niet mogen drinken van hun ouders, drinken ook daadwerkelijk niet.’
(6) Gelukkig beseffen de schrijvers heel goed dat de praktijk voor veel opvoeders lastiger is. De opvoeders kunnen verbieden wat ze willen, maar het gebeurt tóch, desnoods stiekem. Daarom suggereren De Klungers en Van Dalen nog een andere mogelijke aanpak: zelf het goede voorbeeld geven. Je moet veel praten over het onderwerp alcohol en daarbij zoveel mogelijk feiten aanbieden. Ook zul je concrete regels en afspraken moeten maken over wat mag en niet onmiddellijk hard straffen als het eens een keertje mis gaat.
(7) Voor al deze zaken bieden de auteurs de nodige munitie. Kinderen die thuis opgroeien in een sfeer van drank en drankmisbruik, lopen flink risico zelf ook aan de drank te raken. Zelfbeheersing door ouders is daarom van essentieel belang. Verder is het goed elke gelegenheid aan te grijpen om met kinderen te praten over de prettige en onprettige kanten van drankgebruik, het liefst voordat ze er zelf aan beginnen. Ze mogen best weten dat twee glazen ontspannend en ontremmend werken, maar moeten ook te horen krijgen dat alcohol een zeer giftige stof is die, zeker als je nog licht en klein bent, schade aan de lever, nieren en hersenen aanricht.
(8) Ze moeten te horen krijgen dat er, als je nog jong bent, maar een paar glazen alcohol voor nodig zijn om je gedrag te veranderen in baldadig, agressief, vernielzuchtig, opdringerig en (seksueel) uitdagend gedrag. Ouders moeten hun kinderen vertellen dat het drinken van meer dan een paar glazen controleverlies kan veroorzaken, ja zelfs blackouts. De volgende dag weet je dan niet meer wie wát met je gedaan heeft en wanneer. Ze moeten ook te horen krijgen dat alcoholgebruik dodelijk kan zijn. Vanaf vijf glazen of meer - afhankelijk van het lichaamsgewicht - is er kans op alcoholvergiftiging met de volgende verschijnselen: ademhalingsstilstand, hartaanval en stikken in je eigen braaksel. Met een paar glazen op neemt bovendien de kans op een verkeersongeluk toe.
(9) Als ze dit alles eenmaal weten, liggen volgens De Klungers en Van Dalen de leefregels voor de hand. Drink zo weinig mogelijk, maar áls je het toch wilt doen, beperk je dan tot hooguit drie glazen, zodat het leuk blijft.
Naar: een tekst van José van der Sman in Elsevier 21 augustus 2004.
1. Op welke manier wordt deze tekst ingeleid?