Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Give this quiz to my class
Q 1/33
Score 0
Bekijk de afbeelding. Welke cijfers tonen de korte waterkringloop?
30
1, 2, 3, 4 en 5
1, 2 en 3
1, 2, 4, 5, 6, 7
1, 2, 4 en 5
Q 2/33
Score 0
Welk proces zie je bij cijfer 5?
30
Afstroming
Wadi
Stroomgebied
Benedenloop
33 questions
Q.
Bekijk de afbeelding. Welke cijfers tonen de korte waterkringloop?
1
30 sec
Q.
Welk proces zie je bij cijfer 5?
2
30 sec
Q.
Welk proces zie je bij nummer 6?
3
30 sec
Q.
Bij welk cijfer zie je oppervlaktewater?
4
30 sec
Q.
Hieronder zie je drie activiteiten van mensen die ervoor zorgen dat er minder infiltratie en meer afstroming plaatsvindt. Welke hoort er niet bij?
5
30 sec
Q.
Maak de juiste combinaties van de soorten water met de cijfers 1, 2, 3 en 4
6
30 sec
Q.
Hoeveel procent van het water op aarde is zoet?
7
30 sec
Q.
Maak de juiste combinatie tussen type rivier en cijfer
8
30 sec
Q.
Hierboven zie je het stroomstelsel van de Rijn. Waar verwacht je welk type rivier tegen te komen? Maak de juiste combinaties tussen type rivier en cijfer.
9
30 sec
Q.
Welk begrip wordt hier omschreven en past ook bij de afbeelding? ''De schommelingen in de waterafvoer van een rivier.''
10
30 sec
Q.
Bij welk cijfer is het debiet van de rivier de Rijn het grootst?
11
30 sec
Q.
Bestudeer de beide grafieken nauwkeurig! Welk van deze twee rivieren heeft het grootste debiet?
12
30 sec
Q.
Bekijk de bron opnieuw. Welke rivier is de Maas en welke rivier is de Rijn?
13
30 sec
Q.
Bekijk de bron opnieuw. Voor elke rivier zie je 2 grafieken staan. De ene grafiek laat de afvoer van de rivier in de bovenloop zien, en de andere de afvoer van de rivier in de benedenloop.
Combineer de cijfers (3 en 4) met het juiste deel van de rivier.
14
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. In deze afbeelding zie je verschillende oorzaken van verzilting in het westen van Nederland. Welke pijl geeft 'kwel' aan?
15
30 sec
Q.
Ook bij cijfer 2 en cijfer 3 worden oorzaken van verzilting in het westen van Nederland laten zien. Welke beschrijvingen horen bij cijfer 2, en welke beschrijvingen bij cijfer 3?
16
30 sec
Q.
Naast de drie oorzaken die je in de afbeelding kunt zien, komt zout water ook nog op andere manieren laag Nederland binnen. Welke van de onderstaande antwoorden hoort er NIET bij?
17
30 sec
Q.
Welk gebied in deze afbeelding heeft een grote kans op verdroging?
18
30 sec
Q.
Welk begrip hoort bij het gemiddeld zeeniveau?
19
30 sec
Q.
In de afbeelding missen drie omschrijvingen in de legenda. Welke begrippen horen bij welk cijfer?
20
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. Bij welke letter is het verhang van de rivier het grootst?
21
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. Bij welke letter vindt er meeste erosie plaats?
22
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. Bij welke letter vindt er veel sedimentatie plaats?
23
30 sec
Q.
Op de foto zie je een plek met een heel hoge grondwaterstand. Mensen kunnen verschillende maatregelen nemen om de grondwaterstand te verlagen. Welke hoort dat NIET bij?
Bekijk de afbeelding. In de nieuwe situatie zijn maatregelen uitgevoerd die horen bij het project 'Ruimte voor de rivier'. Is de volgende stelling juist of onjuist?
''Het rivierbed is uitgebaggerd zodat er meer water door de rivier kan stromen''.
26
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. In de nieuwe situatie zijn maatregelen uitgevoerd die horen bij het project 'Ruimte voor de rivier'. Is de volgende stelling juist of onjuist?
''De dijk is verlegd, zodat de uiterwaard groter is en er meer water in de uiterwaard past''.
27
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. In de nieuwe situatie zijn maatregelen uitgevoerd die horen bij het project 'Ruimte voor de rivier'. Is de volgende stelling juist of onjuist?
''Er is uiterwaardevergaving toegepast, zodat er meer water in de uiterwaarden kan''.
28
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. In de nieuwe situatie zijn maatregelen uitgevoerd die horen bij het project 'Ruimte voor de rivier'. Is de volgende stelling juist of onjuist?
''Er zijn obstakels uit de uiterwaard verwijderd, zodat het water makkelijker door kan stromen''.
29
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. Is de volgende stelling juist of onjuist?
“Over het Amsterdam-Rijnkanaal werd in 2007 tussen de 25 en 50 miljoen ton vervoerd.”
30
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. Is de volgende stelling juist of onjuist?
“Vanuit Rotterdam wordt per binnenvaartschip meer over de Waal naar Duitsland vervoerd dan over de Maas naar Frankrijk.”
31
30 sec
Q.
Bekijk de afbeelding. Is de volgende stelling juist of onjuist?
“Binnenvaartschepen hoeven vanuit Rotterdam niet via de Noordzee om naar de haven van Antwerpen te varen.”
32
30 sec
Q.
Klimaatverandering levert vooral voor de laaggelegen gebieden grote
problemen op. Oorzaken hiervan zijn in willekeurige volgorde:
1. een toenemend gevaar van overstromingen in de stroomgebieden
2. afsmelten van landijs en gletsjers
3. opwarming van de aarde
4. uitstoot CO2 neemt toe
5. meer gletsjerwater en zware regenbuien veroorzaken hoge piekafvoer
Zet de cijfers 1 tot 5 in de juiste volgorde.