Casus:
De docent Nederlands in de brugklas weet dat Salim moeite heeft met taal. Meer dan vmbo zit er voor hem niet in. Ze geeft hem tijdens het verdiepingsuur geen extra opdrachten, maar geeft hem andere taken, zodat hij het tijdens de les naar zijn zin heeft. Aan het einde van het jaar heeft Salim een onvoldoende voor Nederlands. Hij kan niet naar de havo, zoals hij graag zou willen.
Vraag: wat is er hier misgegaan?