
spelling tt vt en vdw
Quiz by Bianca Handgraaf
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Wij zijn naar Nederland (verhuizen).Â
Heb jij je vinger (snijden)?
Die jas (bieden) je genoeg warmte. Zet in tt.
(Vinden) je broer dat ook zo idioot? Zet in tt
Wij (praten) al uren met elkaar. Zet in vt.
Wij (zijn) naar huis gerend. Zet in vt.
Het lijkt net alsof je in een film verzeil.... bent geraakt. Vul de juiste letter(s) in .
Hij werd (belagen) door zijn fans.
Na twee keer te laat gekomen te zijn, werd hij (straffen).
Wij (lezen) al 15 minuten in dit saaie boek. Zet in vt.
De docent heeft nog niet (antwoorden) op die mail.
Diverse beveiligers (begeleiden) die beroemde artiest. Zet in vt.
(Vinden) je het belangrijk om gezond te eten? Zet in tt.
Waarom (winden) je moeder zich hier zo over op? Zet in tt
Ik heb de kamer gisteren (stofzuigen).