
Taalblok 1, les 1: woordenschat + beeldtaal = spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden
Quiz by Jolien Bracke
Tag the questions with any skills you have. Your dashboard will track each student's mastery of each skill.
Wat wordt bedoeld met... Zijn gezicht stond op onweer
Wat wordt bedoeld met... Ze draaide de leerkracht zo rond haar vinger
Wat wordt bedoeld met... iemand de grond in boren
Wat wordt bedoeld met... met hangende pootjes
Wat wordt bedoeld met... iemand blaasjes wijsmaken
Wat wordt bedoeld met... een gezicht trekken als een rijpe zweer die op uitbarsten staat
Wat wordt bedoeld met... het kan tellen
Wat wordt bedoeld met... ze kreeg het gevoel alsof ze op het punt stond te bevallen van een veel te grote baby.
Wat wordt bedoeld met... je bakkes sleept over de grond
Wat wordt bedoeld met... haar hart ging tekeer als een op hol geslagen sloophamer.
Wat wordt bedoeld met... als een aardappelzak liet ze zich op haar stoel vallen
Wat wordt bedoeld met... ze zuchtte als een vermoeide koe
Verbind de moeilijke woorden met de juiste betekenis.